Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
een wapen van categorie II onder 5, te weteneen stroomstootwapen en/of munitie van categorie III, te weten 9 patronen .45, voorhanden heeft gehad;
eendaarop gelijkend voorwerp op die [benadeelde partij 1] en die [benadeelde partij 4] en
hebbengericht op het lichaam van die [benadeelde partij 5], en
medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
en
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan [benadeelde partij 4] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
€ 1.025,35 (duizend vijfentwintig euro en vijfendertig cent) bestaande uit
€ 1.025,35 (duizend vijfentwintig euro en vijfendertig cent) bestaande uit € 25,35 (vijfentwintig euro en vijfendertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
€ 2.376,48 (tweeduizend driehonderd zesenzeventig euro en achtenveertig cent) bestaande uit € 376,48 (driehonderd zesenzeventig euro en achtenveertig cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 2.376,48 (tweeduizend driehonderd zesenzeventig euro en achtenveertig cent) bestaande uit € 376,48 (driehonderd zesenzeventig euro en achtenveertig cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
33 (drieëndertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.