Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte was door de Nederlandse autoriteiten bij beschikking van 27 november 2000 tot ongewenst vreemdeling verklaard. Ondanks deze verklaring en herhaalde aanzeggingen om Nederland te verlaten, verbleef hij op 11 augustus 2010 nog steeds in Rotterdam. De verdachte werkte niet mee aan het vaststellen van zijn identiteit en weigerde contact met instanties voor vrijwillige terugkeer.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was omdat de staat de verdachte telkens in vrijheid stelde zonder volledige uitzetting, en dat de Terugkeerrichtlijn niet volledig was doorlopen. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de verdachte zelf verantwoordelijk is voor het niet verlaten van Nederland.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte wist dat hij ongewenst was en dat hij Nederland niet verliet. De straf werd gemotiveerd door het doorbreken van het vreemdelingenbeleid en het belang van de openbare orde. Het hof veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden met aftrek van voorarrest en gelastte gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf.
De uitspraak benadrukt dat de Nederlandse overheid voldoende inspanningen heeft verricht om uitzetting mogelijk te maken, maar dat de verdachte niet meewerkte. Het beroep op overmacht werd verworpen. De straf is een passende reactie op het handelen van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf wegens verblijf ondanks ongewenstverklaring en weigering vertrek.