ECLI:NL:GHDHA:2013:4308
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- van den Wildenberg
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en draagplicht gemeenschapsschulden
In deze zaak stond de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap centraal, met name de draagplicht van gemeenschapsschulden na ontbinding op 14 januari 2008. De vrouw en de man waren ex-echtgenoten die in hoger beroep gingen tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 juni 2011.
De vrouw stelde dat de huurschuld volledig voor haar rekening moest komen, terwijl de man vond dat de redelijkheid en billijkheid daartoe leidden omdat hij sinds 2006 niet meer in de woning woonde. Het hof oordeelde dat beide partijen gelijkelijk verantwoordelijk zijn voor de gemeenschapsschulden, tenzij zeer uitzonderlijke omstandigheden zich voordoen, wat hier niet het geval was.
Verder was er discussie over een schuld aan de ouders van de man en een schuld aan KPN. Het hof stelde dat beide echtgenoten gelijkelijk draagplichtig zijn voor de schuld aan de ouders, omdat deze op de peildatum bestond en voor de gemeenschap gold. De man had een regresvordering op de vrouw voor de helft van een door hem betaalde KPN-schuld, die het hof bevestigde.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank Rotterdam en bepaalde dat ieder der partijen zijn eigen proceskosten draagt. De grieven van beide partijen werden verworpen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt gelijke draagplicht voor gemeenschapsschulden met toekenning van regresvordering.