ECLI:NL:GHDHA:2013:4376
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Stille
- Labohm
- Pijls-olde Scheper
- Rechtspraak.nl
Verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap onder Marokkaans huwelijksvermogensrecht
In deze civiele zaak stond de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap tussen partijen centraal, waarbij het toepasselijke huwelijksvermogensrecht ter discussie stond. De vrouw was in hoger beroep gekomen tegen meerdere beschikkingen van de rechtbank Rotterdam, waarin het huwelijksvermogensregime onder Marokkaans recht werd vastgesteld met peildatum 1 mei 2010.
Het hof stelde vast dat Marokkaans recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen, aangezien zij beiden Marokkaanse nationaliteit hadden bij het huwelijk en het eerste huwelijksdomicilie in Nederland lag. Het Marokkaanse recht kent geen gemeenschap van goederen; iedere echtgenoot behoudt zijn eigen vermogen en aansprakelijkheid.
De man stelde dat er sprake was van vermogensaanwas tijdens het huwelijk die verdeeld moest worden, maar leverde onvoldoende bewijs over de omvang, waardering en inbreng van vermogensbestanddelen en werkzaamheden van partijen. De vrouw betwistte deze stellingen gemotiveerd. Het hof oordeelde dat zonder voldoende bewijs van vermogensaanwas het verzoek tot verdeling niet kan worden toegewezen.
Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking en wees het verzoek van de man af. Tevens wees het hof het verzoek van de vrouw af om de man te veroordelen in de kosten van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door mrs. Stille, Labohm en Pijls-olde Scheper op 13 november 2013.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap af wegens onvoldoende bewijs van vermogensaanwas onder Marokkaans recht.