Appellant heeft politiek asiel aangevraagd en daarbij originele documenten aan de Vreemdelingenpolitie overhandigd, waaronder een rijbewijs dat in 2004 verliep. Na meerdere verzoeken om teruggave en mededelingen dat de documenten niet meer aanwezig waren, stelde appellant de Staat aansprakelijk voor schade wegens het kwijtraken van deze documenten.
De kantonrechter wees de vordering af wegens verjaring, omdat appellant niet tijdig zijn vordering had gestuit. In hoger beroep betoogde appellant dat de verjaring niet was ingetreden, mede vanwege de complexiteit van de vreemdelingenprocedure en de betrokkenheid van meerdere instanties.
Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar begon te lopen vanaf het moment dat appellant bekend was met zijn schade en de aansprakelijke partij, en dat geen geldige stuiting had plaatsgevonden binnen deze termijn. Brieven waarin om teruggave werd gevraagd zonder expliciete aanspraak op schadevergoeding, en brieven buiten de termijn, konden de verjaring niet stuiten.
Het beroep faalt en het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, die binnen veertien dagen voldaan moeten worden, bij gebreke waarvan wettelijke rente verschuldigd is.