ECLI:NL:GHDHA:2013:4615
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Mink
- Van der Linden
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens ongeschiktheid ouders
De vader van de minderjarige is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die de uithuisplaatsing van zijn kind bij Jeugdzorg toestond. De minderjarige stond onder toezicht en was geplaatst in een pleegzorgvoorziening vanwege zorgen over de opvoedingssituatie.
De vader betoogde dat er geen noodzaak was tot uithuisplaatsing omdat hij samen met de grootmoeder zorg droeg voor het kind en dat de uithuisplaatsing het gevolg was van spanningen tussen ouders en Jeugdzorg. Jeugdzorg stelde daartegenover dat er sprake was van huiselijk geweld, spanningen tussen ouders, vermoedens van drugsgebruik bij beide ouders en dat de vader zich niet hield aan afspraken en hulpverlening weigerde.
Het hof stelde vast dat de moeder het ouderlijk gezag heeft maar niet in staat is het kind op te voeden. Ook de vader kon geen stabiel en veilig opvoedingsklimaat bieden. De veiligheid van de minderjarige kon niet worden gegarandeerd vanwege de gespannen relatie tussen de ouders en het mogelijke drugsgebruik. De uithuisplaatsing bij de grootmoeder was noodzakelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind.
Het hof bevestigde dat het goed gaat met de minderjarige bij de grootmoeder, die rust en positieve ontwikkeling biedt. Daarom werd de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd en het hoger beroep van de vader afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst het hoger beroep van de vader af.