Uitspraak
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak d.d. 9 september 2013
[X] te [Z], belanghebbende,
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende kreeg op 22 maart 2012 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam omdat bij controle geen bewijs van betaling aanwezig was. De parkeercontroleur maakte foto’s en noteerde dat belanghebbende een winkel uit kwam lopen zonder bezig te zijn met het betalen van parkeerbelasting. Pas daarna kocht belanghebbende een parkeerkaartje.
Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat hij direct na het parkeren naar de automaat liep om te betalen en dat hij geen contact had met de controleur. Hij voerde aan dat de aantekening van de controleur onjuist was. De inspecteur hield vast aan de verklaring van de controleur dat belanghebbende niet ononderbroken bezig was met betalen.
Het hof hechtte geloof aan de aantekening en concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat de controleur eerst constateerde dat geen betaling was voldaan en dat belanghebbende op dat moment niet bezig was met betalen. De betaling vond pas plaats nadat de controleur met het opleggen van de naheffingsaanslag was begonnen. De gelijktijdigheid van het tijdstip op het ticket en de naheffingsaanslag maakt dit niet anders.
Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep van belanghebbende af. De uitspraak werd op 9 september 2013 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat belanghebbende niet ononderbroken bezig was met betalen op het moment van controle.