Uitspraak
GERECHTSHOF Den Haag
Afdeling Civiel recht
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
3.Beslissing
- € 299,- griffierecht
- € 1.896,- salaris overeenkomstig het liquidatietarief;
Gerechtshof Den Haag
De man is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank dat zijn vorderingen tot verdeling van het spaarsaldo en andere zaken afwees. Het geschil betrof de vraag of het saldo van een gezamenlijke spaarrekening nog verdeeld moest worden na beëindiging van de samenwoning zonder samenlevingsovereenkomst.
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen, maar legden hun rechten en verplichtingen niet vast in een samenlevingsovereenkomst. Het hof stelde vast dat er geen goederenrechtelijke gemeenschap bestond, maar dat er wel sprake was van verbintenisrechtelijke aanspraken over en weer, een zogenaamde pseudo-gemeenschap.
De vrouw had gemotiveerd dat de pseudo-gemeenschap was afgewikkeld door betalingen aan de man, overdracht van een auto en het aflossen van een debetsaldo dat zij voor haar rekening had genomen. De man kon geen deugdelijke verklaring geven voor zijn vordering en zijn bewijsaanbod was onvoldoende gespecificeerd.
Het hof oordeelde dat de vordering onvoldoende was onderbouwd en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De man werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de man tot verdeling van het spaarsaldo af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.