Belanghebbende was houder van een bestelauto die vanaf 26 december 2010 was geschorst. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en een boete op omdat op 24 maart 2011 de auto op de openbare weg zou zijn gesignaleerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag en boete.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de auto gedurende de schorsingsperiode niet op de openbare weg stond, maar op een autoambulance vanwege pech. Hij voerde aan dat de foto’s van de Inspecteur niet op de controledatum waren genomen en dat sprake was van een verwisseling met een ander voertuig. De Inspecteur kon onvoldoende tegenbewijs leveren.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de auto daadwerkelijk op de openbare weg stond op de controledatum. De foto’s ontbraken van verifieerbare kenmerken en de stellingen van belanghebbende waren niet onaannemelijk. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete vernietigd.
De griffierechten werden aan belanghebbende vergoed en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het hof zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.