ECLI:NL:GHDHA:2013:5254
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Mink
- Van Leuven
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over verschuldigdheid erecompensatie uit Mut’a huwelijk
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Den Haag het hoger beroep behandeld van een man tegen een vonnis van de kantonrechter over de verschuldigdheid van een geldbedrag aan een vrouw, voortvloeiend uit een Mut’a huwelijk. De man betwistte de geldigheid van de overeenkomst en stelde dat deze nietig is wegens strijd met de wet en goede zeden, en voerde onder meer dwaling en bedrog aan.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst niet nietig is, ook niet vanwege het karakter van het Mut’a huwelijk. De overeenkomst betreft een afdwingbare betalingsverplichting en is niet te beschouwen als een lening of natuurlijke verbintenis. De man erkent een deel van het bedrag verschuldigd te zijn, maar betwist de rest. De stellingen over dwaling en bedrog met betrekking tot het vaderschap van de zoon van de vrouw werden verworpen omdat dit niet relevant was voor de overeenkomst.
Verder stelde het hof vast dat de vordering niet verjaard is, aangezien de vrouw tijdig heeft gesommeerd en de man geacht wordt deze sommatie te hebben ontvangen. Het hof verwierp alle grieven van de man en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. De man werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de man tot betaling van € 5.100,- en de proceskosten.