ECLI:NL:GHDHA:2013:5259
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake rechten appellant op nalatenschap vader en beheer schilderijencollectie
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 2 maart 2011, waarin hij onder meer inzage in activa en passiva van de nalatenschap van zijn vader vorderde. Hij baseerde zijn vorderingen mede op onrechtmatige daad en stelde dat de verjaring niet was ingegaan. Tevens stelde appellant dat de vordering tot verdeling van een schilderijencollectie niet verjaard was en dat geïntimeerde haar zorgplicht jegens hem had geschonden.
Het hof overweegt dat appellant de nalatenschap van zijn vader in 1990 heeft verworpen en daardoor formeel nooit erfgenaam is geweest. De nalatenschap kwam daardoor uitsluitend toe aan geïntimeerde als weduwe. De vorderingen van appellant tot inzage en verdeling zijn daarom ongegrond. Ook de stelling dat verjaring niet is ingegaan wordt verworpen, het hof sluit zich aan bij de rechtbank dat de vorderingen verjaard zijn.
Met betrekking tot de schilderijencollectie oordeelt het hof dat deze toebehoort aan geïntimeerde als enige eigenaar, en dat appellant geen recht heeft op inzage of rekening en verantwoording. De vordering tot zorgplicht wordt afgewezen. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en compenseert de proceskosten, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af.