ECLI:NL:GHDHA:2013:BY9020
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging overeenkomst betaling knollen door levering knollen en afwijzing geldvordering
Appellant was fresiateler en leverde uitgegroeide knollen aan Penning Freesia B.V., die deze knollen innam en plantrijp maakte voor het volgende seizoen. Partijen deden van circa 1988 tot 2003 zaken samen. In 2003 leverde appellant vier zendingen knollen aan Penning, waarbij op koopbriefjes stond dat betaling zou geschieden door levering van nieuwe knollen.
Penning stuurde in oktober 2003 een brief waarin zij de inkoop annuleerde wegens uitblijven van reactie van appellant. Appellant stopte eind 2003 met kwekersactiviteiten en haalde de knollen niet op. Hij vorderde betaling in geld van de waarde van de knollen, stellende dat dit was afgesproken.
De rechtbank en het hof oordeelden dat Penning de afspraak heeft bewezen dat betaling in knollen zou plaatsvinden. Getuigenverklaringen en koopbriefjes bevestigden dit. Appellant kon geen schriftelijke stukken overleggen die een afwijkende afspraak ondersteunden. De subsidiaire vordering tot levering van knollen werd afgewezen wegens ontbinding van de overeenkomst door Penning vanwege weigering van appellant om in knollen te betalen.
Het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de geldvordering van appellant af en bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank.