ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ0636
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- S.A.J. van 't Hul
- R.C. Langeler
- I.P.A. van Engelen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en geen strafoplegging wegens overschrijding redelijke termijn bij openlijke geweldpleging in trein
De verdachte werd in eerste aanleg schuldig bevonden aan openlijke geweldpleging in een trein te Zwijndrecht, waarbij hij samen met een ander een reiziger achterna rende en sloeg. In hoger beroep bevestigde het hof dat het bewezen was dat de verdachte het geweld pleegde tegen de reiziger, maar sprak hem vrij voor het geweld tegen de conductrice omdat het opzet daarvoor niet overtuigend was vastgesteld.
Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, aangezien het eerste politieverhoor plaatsvond op 10 november 2008 en het eindvonnis pas op 27 januari 2011 werd uitgesproken, meer dan twee jaar later. Daarnaast was de behandeling in hoger beroep vertraagd doordat stukken pas twintig maanden na het instellen van het hoger beroep bij het hof binnenkwamen.
Gezien het tijdsverloop, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het feit dat hij niet eerder met justitie in aanraking was gekomen, besloot het hof op grond van artikel 9a Sr geen straf of maatregel op te leggen. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken van het geweld jegens haar.
Het vonnis waarvan beroep werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door het bewezen verklaarde te bevestigen, de verdachte strafbaar te verklaren, maar geen straf op te leggen en de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Geen strafoplegging wegens overschrijding redelijke termijn; vrijspraak voor geweld tegen conductrice.