ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ1161
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontucht met minderjarige: gevangenisstraf met voorwaardelijke helft
De verdachte, destijds 47 jaar, heeft in de periode januari tot maart 2006 meermalen ontuchtige handelingen gepleegd met een minderjarig meisje van 15 jaar. Het hof acht bewezen dat hij zijn penis, vingers en tong in de vagina en mond van het slachtoffer heeft gebracht. De verdachte maakte misbruik van zijn leeftijdsvoordeel en de kwetsbare positie van het meisje, dat vanwege problemen in haar thuissituatie veel contact zocht.
De verdachte ontkent de feiten, toont geen berouw en erkent het afkeurenswaardige karakter van zijn handelen niet. Het slachtoffer kampt nog steeds met psychische gevolgen en staat onder behandeling van GGz, een psycholoog en een psychiater. Het hof weegt mee dat de verdachte tweemaal eerder onherroepelijk is veroordeeld.
De verdediging voerde onbetrouwbaarheid van getuigen en een medisch verweer aan, maar deze werden verworpen. Het hof acht de verklaringen van het slachtoffer en getuige consistent en ondersteund door sms-berichten en een liefdesbrief. Gelet op de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte legt het hof een gevangenisstraf van twaalf maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest.
Het hof acht een taakstraf niet passend gezien de ernst van het bewezen verklaarde. Tevens is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met proeftijd van twee jaar.