ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ1871
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H.J.H. van Meegen
- M.J. van der Ven
- J.C.N.B. Kaal
- Rechtspraak.nl
Vordering bestuursdwangkosten tegen individuele appartementseigenaar en VVE
De Gemeente Rotterdam heeft een bestuursdwangbesluit genomen tegen de VVE van een appartementencomplex vanwege achterstallig onderhoud, waarbij ook individuele appartementseigenaren, waaronder geïntimeerde, werden aangesproken voor de kosten. De VVE had de noodzakelijke maatregelen niet getroffen, waarna de Gemeente de werkzaamheden liet uitvoeren en de kosten op de VVE en haar leden verhaalde.
De rechtbank had het dwangbevel buiten werking gesteld omdat het bestuursdwangbesluit niet duidelijk maakte dat ook individuele eigenaren als overtreder werden aangemerkt en aansprakelijk konden worden gesteld. De Gemeente ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de kosten op grond van artikel 5:126 BW Pro ook bij individuele eigenaren kunnen worden ingevorderd. Het hof oordeelde dat dit juist is en dat de kosten die voortvloeien uit het bestuursdwangbesluit ook op individuele eigenaren kunnen worden verhaald.
Daarnaast oordeelde het hof dat onvoorziene noodzakelijke herstelwerkzaamheden die voortvloeien uit het schilderwerk ook onder het bestuursdwangbesluit vallen. Wel stelde het hof dat de kosten van werkzaamheden aan een mandelige schoorsteen slechts voor de helft op de VVE kunnen worden verhaald, omdat de Gemeente ook de eigenaar van het andere pand had moeten aanspreken. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde het dwangbevel gedeeltelijk buiten werking, waarbij het bedrag van € 10.930,38 plus rente als redelijke hoofdsom werd vastgesteld. De kosten van eerste aanleg werden gecompenseerd en geïntimeerde werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het dwangbevel wordt gedeeltelijk buiten werking gesteld en bestuursdwangkosten worden slechts deels op de VVE en individuele eigenaren verhaald.