ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ2258
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermoeden van ontbreken reële transactie tussen Heineken en geïntimeerde ontkracht
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of er op 5 maart 2007 een reële verkooptransactie had plaatsgevonden tussen geïntimeerde en Imexco, vertegenwoordigd door getuige sub 1. Heineken stelde dat deze transactie niet reëel was en droeg het bewijs daarvoor. Het hof stelde dat Heineken de bewijslast droeg om het ontbreken van een reële transactie aan te tonen, maar dat geïntimeerde tegenbewijs mocht leveren.
Tijdens het hoger beroep zijn meerdere getuigen gehoord die bevestigden dat antieke spullen daadwerkelijk waren verkocht en afgevoerd. Ook werd een factuur erkend als bewijs van de verkoop. Hoewel er enkele ongerijmdheden waren in de verklaringen en waardebepalingen, achtte het hof deze onvoldoende om het tegenbewijs van geïntimeerde te verwerpen.
Het hof concludeerde dat geïntimeerde voldoende aannemelijk had gemaakt dat de verkoop heeft plaatsgevonden, mede door aanvullende stukken zoals afrekeningen en facturen van voorgaande jaren. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Heineken in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat de verkooptransactie wel degelijk heeft plaatsgevonden, waarbij Heineken in de proceskosten wordt veroordeeld.