ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ3304
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke bevestiging gedeeltelijke ontbinding aannemingsovereenkomst wegens onwerkbare situatie
In deze zaak staat de ontbinding van een aannemingsovereenkomst centraal, waarbij de aannemer de overeenkomst gedeeltelijk heeft ontbonden wegens een onwerkbare situatie. De opdrachtgever had een aanbouw laten realiseren, waarbij een geschil ontstond over de hoogte van de afwerkvloer. Na overleg werd besloten de tegelvloer hoger te leggen dan de bestaande parketvloer, wat later tot onvrede leidde.
De aannemer stelde dat het onheus gedrag van de opdrachtgever, met name van de echtgenote en de opdrachtgever zelf, de verdere uitvoering van het werk onmogelijk maakte. Dit leidde tot het staken van de werkzaamheden en de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. De opdrachtgever vorderde schadevergoeding wegens tekortkomingen in de nakoming, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
Het hof oordeelde dat de aannemer terecht de overeenkomst gedeeltelijk heeft ontbonden zonder ingebrekestelling, gezien de escalatie in de onderlinge verhoudingen en het verdwenen vertrouwen. De vordering van de opdrachtgever tot schadevergoeding en herstelkosten werd afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de opdrachtgever in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de gedeeltelijke ontbinding van de aannemingsovereenkomst en wijst de schadevordering van de opdrachtgever af.