ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ4242
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep: Veroordeling voor diefstal met geweld met dodelijke afloop, oplichting en inbraak
De verdachte en zijn medeverdachten hebben op 10 mei 2010 in Rotterdam een plan uitgevoerd om het slachtoffer met geweld te beroven van zijn portemonnee. Het slachtoffer werd meermalen hard in het gezicht geslagen, vastgehouden en geduwd, waarna de portemonnee werd afgenomen. Kort daarna werd met de pinpas van het slachtoffer 1000 euro opgenomen en verdeeld onder de verdachten. Het slachtoffer werd onwel, sprak wartaal en werd aan zijn lot overgelaten zonder tijdig hulpdiensten te bellen.
Naast deze diefstal met geweld werd de verdachte veroordeeld voor diefstal van een televisie uit een woonboot door braak en voor meerdere gevallen van oplichting door zich valselijk voor te doen als glazenwasser en vooruitbetaling te vragen zonder diensten te leveren. De rechtbank had de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf; het hof bevestigde deze straf maar sprak verdachte vrij van doodslag wegens gebrek aan bewijs van opzet tot doding.
Het hof oordeelde dat het geweld en het nalaten van hulpverlening een causaal verband met de dood van het slachtoffer vormen, ondanks diens slechte hartconditie. De verdachte was bewust betrokken bij het plan en de uitvoering van de diefstal met geweld. De vorderingen van benadeelden voor materiële schade werden toegewezen. De zaak kende een redelijke termijnoverschrijding, maar zonder gevolgen voor de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf voor diefstal met geweld met dodelijke afloop, oplichting en inbraak; vrijspraak voor doodslag.