ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ4246
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor diefstal met geweld met dodelijke afloop en braak
De verdachte heeft samen met medeverdachten op 10 mei 2010 in Rotterdam een portemonnee met inhoud, waaronder een bankpas, van het slachtoffer gestolen met gebruik van geweld. Het slachtoffer werd meermalen hard in het gezicht geslagen, waardoor hij ernstig letsel opliep en uiteindelijk overleed. Na het afhandig maken van de portemonnee heeft de verdachte met de pinpas geld opgenomen, dat werd verdeeld onder de verdachten.
Daarnaast heeft de verdachte op 26 april 2010 in Bergschenhoek een televisie gestolen uit een woonboot door een ruit in te slaan. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met zijn medeverdachten bij de diefstal met geweld en het pinnen van geld met een valse sleutel.
Het hof oordeelt dat het geweld en het nalaten van hulpverlening door de verdachte en medeverdachten hebben geleid tot de dood van het slachtoffer, ondanks diens slechte medische conditie. De verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde doodslag omdat het opzet niet bewezen is.
De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden, rekening houdend met zijn rol als hoofdpleger van het geweld, het nalaten van hulpverlening, zijn strafblad en de ernst van de feiten. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 5 jaar en 6 maanden gevangenisstraf voor diefstal met geweld met dodelijke afloop en diefstal met braak.