ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5327
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C.G.M. van Rijnberk
- Chr.A. Baardman
- J.H. Wesselink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van verkrachting en ontucht met minderjarige
Op 17 juni 2010 werd verdachte beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige in Hellevoetsluis. De rechtbank veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk. In hoger beroep heeft het hof het bewijs opnieuw gewogen.
Het hof stelde vast dat het bewijs steunde op de verklaring van het slachtoffer, zonder voldoende onafhankelijke steunbewijzen. SMS-berichten tussen verdachte en slachtoffer gaven wel een suggestie van seksuele intenties, maar konden niet uitsluiten dat de beschuldigingen onjuist waren. Verklaringen van de moeder en broer van het slachtoffer boden geen aanvullend bewijs.
Daarom kon het hof niet tot een bewezenverklaring komen en sprak verdachte vrij. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. Er werden geen kosten aan verdachte opgelegd.
Het arrest werd uitgesproken op 22 maart 2013 door het Gerechtshof Den Haag na behandeling van het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 28 maart 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs van verkrachting en ontucht met minderjarige.