ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5563
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Kamminga
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en vaststelling partneralimentatie na echtscheiding
In deze zaak stond de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap en de partneralimentatie centraal na de echtscheiding van partijen. De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank waarin onder meer partneralimentatie werd vastgesteld en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werd geregeld. Het hof behandelde de ingangsdatum van de alimentatie, de behoefte van de vrouw, de draagkracht van de man en de waardering van vermogensbestanddelen zoals de echtelijke woning, een personenauto en aandelen in een onderneming.
Het hof oordeelde dat de partneralimentatie terecht met ingang van 24 februari 2012 werd vastgesteld en dat de behoefte van de vrouw op basis van overgelegde berekeningen € 1.641,16 netto per maand bedraagt zolang zij in de woning verblijft. De draagkracht van de man werd begroot op € 172 per maand, wat het hof passend achtte. De verdeling van de huwelijksgemeenschap werd vastgesteld met verkoop van de woning, aflossing van hypotheken, toewijzing van bankrekeningen met verrekening van saldi, en toewijzing van aandelen in de onderneming aan de man onder de verplichting om een schuld te dragen en de vrouw te vrijwaren.
Daarnaast stelde het hof de waarde van de Opel Corsa op € 12.800,- vast, waarbij de vrouw een bedrag van € 6.400,- aan de man moet vergoeden, te verrekenen met de verkoopopbrengst van de woning. Een bankrekening geopend na de peildatum werd niet tot de gemeenschap gerekend. De beschikking werd vernietigd en opnieuw vastgesteld met de genoemde bepalingen, waarbij iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Partneralimentatie vastgesteld op €172 per maand en huwelijksgemeenschap verdeeld met verkoop woning en toewijzing aandelen en bankrekeningen.