ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5598
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- Stollenwerck
- Burgers-Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verdeling maatschapsvermogen en schadeloosstellingen na echtscheiding met huwelijkse voorwaarden
In deze zaak gaat het om de verdeling van het maatschapsvermogen tussen ex-echtgenoten die gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. De man en vrouw waren vennoten in een man/vrouw maatschap, waarin de man 60% en de vrouw 40% van de winst en stakingswinst toekwam.
De maatschap exploiteerde een pachtmelkveebedrijf dat tussen 2001 en 2006 werd onteigend. Er werd een schadeloosstelling van €506.635,- betaald, waarvan de verdeling tussen partijen betwist werd. Het hof oordeelde dat de schadeloosstelling aan de maatschap toekomt en dus volgens de maatschapsverdeling moet worden verdeeld, namelijk 60% voor de man en 40% voor de vrouw.
Daarnaast was er discussie over de verdeling van de meerwaarde van de gronden. Het hof stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de boekwaarde van de gronden in mindering had gebracht op de verkoopopbrengst. De vrouw heeft recht op een deel van de meerwaarde van €100.255,-. Verder werd een fiscale claim besproken, waarbij het hof oordeelde dat de man niet had aangetoond dat de fiscale claim fiscaal was doorgeschoven naar de vrouw.
Ten slotte bepaalde het hof dat de man een bedrag van €246.648,40 aan de vrouw verschuldigd is, minus reeds ontvangen bedragen, met een afbetalingsregeling in jaarlijkse termijnen en wettelijke rente. De proceskosten worden door partijen ieder voor eigen rekening gedragen.
Uitkomst: Het hof bepaalt een verdeling van schadeloosstellingen en meerwaarde met 60% voor de man en 40% voor de vrouw en stelt een betalingsregeling met wettelijke rente vast.