ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5609
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Kamminga
- Stille
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis rechtbank en afwijzing vorderingen curator inzake zuivere aanvaarding nalatenschap
In deze zaak stond de vraag centraal of de weduwe de nalatenschap van haar overleden echtgenoot zuiver had aanvaard door haar gedragingen vóór de verwerping van de nalatenschap. De rechtbank had geoordeeld dat de weduwe de nalatenschap zuiver had aanvaard en haar privévermogen aansprakelijk was voor de schulden van de nalatenschap. Tevens werd een verstekvonnis ten uitvoer gelegd op haar privévermogen.
De weduwe ging in hoger beroep tegen dit vonnis en formuleerde tien grieven. De curator, die de nalatenschap beheert, bestreed deze grieven aanvankelijk. Tijdens het hoger beroep sloten partijen een vaststellingsovereenkomst, waarna de curator zich in een akte tot referte uitdrukkelijk refereerde aan de vordering van de weduwe tot vernietiging van het vonnis en wenste af te zien van zijn eerdere verweren.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep zich richtte op zowel de conventionele als de reconventionele beslissingen. Gezien het voorwaardelijke karakter van de reconventionele vordering, was na vernietiging van het vonnis in conventie geen verdere behandeling nodig. Het hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover in conventie gewezen, wees de vorderingen van de curator alsnog af, compenseerde de kosten van het hoger beroep zodanig dat elke partij haar eigen kosten draagt, en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de curator af.