ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5831
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.M. Bouritius
- M.J.J. van den Honert
- N. Zandbergen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs en onherstelbaar vormverzuim bij verhoor verdachte
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen de vrijspraak van verdachte door de rechtbank Rotterdam. Verdachte werd beschuldigd van het bezit en vervoer van circa 52 kilogram cocaïne en het witwassen van ruim 200.000 euro afkomstig uit misdrijf. De officier van justitie had een gevangenisstraf van vier jaar geëist.
Tijdens het onderzoek stelde het hof vast dat de politie verdachte vroeg naar de inhoud van sporttassen zonder hem vooraf te waarschuwen over zijn zwijgrecht (cautie). Dit vormde een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek. Desondanks oordeelde het hof dat dit verzuim geen nadeel voor verdachte had veroorzaakt, omdat verdachte niet op de vraag had geantwoord en de toestemming om de tassen te doorzoeken niet als een feitelijke verklaring kon worden beschouwd.
Het hof concludeerde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte wist van de aanwezigheid van cocaïne of van het criminele geld. Er was geen bewijs voor (voorwaardelijk) opzet op het bezit, vervoer of witwassen. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlasteleggingen.
Het arrest werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter wegens omstandigheden niet kon ondertekenen. Het vonnis vernietigt het eerdere vonnis en spreekt verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en onherstelbaar vormverzuim zonder nadeel.