ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6055
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.W. van Rijkom
- R.S. van Coevorden
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en onduidelijkheid over vrijwillige beëindiging door werknemer
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen [appellant], een schilder in opleiding, en Nieuwstaat, zijn werkgever. Na een ernstig verkeersongeval en daaropvolgende re-integratieproblemen ontstond onenigheid over het einde van de arbeidsovereenkomst. Op 22 mei 2012 gaf de werkgever aan dat het beter was als de werknemer het bedrijf zou verlaten, waarna de werknemer reageerde met "Ik ga naar huis" en vertrok.
De werkgever stelde dat hiermee sprake was van een duidelijke en ondubbelzinnige wilsverklaring van de werknemer tot beëindiging met wederzijds goedvinden, terwijl de werknemer dit betwistte. Het hof oordeelde dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat de werknemer vrijwillig en ondubbelzinnig afstand deed van zijn arbeidscontract, mede gelet op diens medische situatie, het ontbreken van een dringende reden en het feit dat de werknemer geen bedenktijd kreeg.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werkgever tot betaling van loon over de periode vanaf 15 juni 2012 tot het einde van het contract op 31 december 2012, inclusief een beperkte wettelijke verhoging en rente. De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: Hof veroordeelt werkgever tot betaling van loon over periode na vermeende beëindiging arbeidsovereenkomst wegens ontbreken ondubbelzinnige wilsverklaring werknemer.