ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6057
Gerechtshof Den Haag
- Kort geding
- A. Dupain
- A.V. van den Berg
- E.M. Dousma-Valk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onrechtmatige detentie na overbrenging uit Noorwegen
Appellante is in Noorwegen veroordeeld tot een gevangenisstraf en overgebracht naar Nederland voor voortgezette tenuitvoerlegging van deze straf. Zij vorderde in kort geding haar onvoorwaardelijke vrijlating, stellende dat zij nooit toestemming heeft gegeven voor overbrenging en dat haar handtekening op het toestemmingsformulier vervalst zou zijn. Tevens stelde zij dat zij onvoldoende is voorgelicht over de aard van de overbrenging en de gevolgen daarvan.
De voorzieningenrechter wees haar vordering af, waarna appellante in hoger beroep ging. Het hof overwoog dat de Staat mocht vertrouwen op de juistheid van de informatie van de Noorse autoriteiten en dat er een verklaring met haar handtekening bestond waarin zij vrijwillig instemde met overbrenging. De stelling van vervalste handtekening werd onvoldoende onderbouwd en het bewijsvermoeden niet ontkracht.
Ook was voorshands aannemelijk dat appellante voldoende is geïnformeerd over de procedure en gevolgen van de overbrenging, ondanks haar taalbeperkingen. Haar beweringen over onjuiste voorlichting waren onvoldoende concreet en konden niet leiden tot het oordeel dat haar detentie onrechtmatig was.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde appellante in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de detentie van appellante niet onrechtmatig is en veroordeelt haar in de kosten.