ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6073
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zorgplicht school en handelingsplan voor leerling met rugzakje
Appellanten, moeder en dochter, voerden hoger beroep tegen de afwijzing van hun vorderingen wegens vermeende tekortkomingen van de school in de nakoming van de onderwijsovereenkomst en zorgplicht jegens de leerling met een rugzakje. Zij stelden dat de school te laat was met het onderwijskundig rapport en het handelingsplan, en onvoldoende open overleg voerde over inzet van middelen.
Het hof stelde vast dat de diagnose PDD-NOS in januari 2007 was gesteld en dat de school vanaf dat moment zorg bood. De aanvraag voor het rugzakje liep via het REC en Horizon, met een positieve beschikking per 27 juni 2008. De school stelde het handelingsplan niet op vóór 1 oktober 2008, maar dit was gelet op de startdatum van het schooljaar en de samenwerking met de ambulante begeleiding redelijk.
De school had niet voldaan aan de wettelijke verplichting om in de schoolgids voorzieningen voor leerlingen met een rugzakje te vermelden, maar appellanten hadden hier geen nadeel van ondervonden. De klachten over het open overleg en het handelen van de school werden verworpen, mede vanwege het gedrag van appellanten zelf. Het hof oordeelde dat geen causaal verband bestond tussen de vermeende tekortkomingen en de door appellanten gestelde schade, waaronder schoolgeld voor een andere school.
Daarom werden alle grieven verworpen, het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en appellanten veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellanten af wegens ontbreken van toerekenbare tekortkoming en causaal verband.