ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6203
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omzetbelasting margeregeling fiscale eenheid en vertrouwensbeginsel
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit meerdere vennootschappen waaronder [A] B.V. en [B] B.V., voerde in eerste aanleg beroep tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2007. De naheffingsaanslag betrof de toepassing van de margeregeling op de verkoop van gebruikte auto's, waarbij de vraag speelde of de inkopen van [A] B.V. kwalificeerden als marge-inkopen met het oog op wederverkoop.
De rechtbank vernietigde de naheffingsaanslag en wees het beroep van de Inspecteur af. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de margeregeling ook geldt voor de fiscale eenheid als geheel, waarbij het criterium 'met het oog op wederverkoop' van toepassing is. Het hof stelt vast dat de inkopen door [A] B.V. niet primair met het oog op wederverkoop zijn gedaan, maar voor het uitbreiden van de museumcollectie.
Daarnaast acht het hof het beroep op het vertrouwensbeginsel gegrond, omdat de Inspecteur in een brief van 14 februari 2007 de standpunten van belanghebbende heeft bevestigd, waardoor redelijkerwijs vertrouwen is gewekt dat de margeregeling ook voor de auto’s van [A] B.V. zou gelden. De naheffingsaanslag wordt daarom vernietigd en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt afgewezen en de naheffingsaanslag vernietigd met toepassing van het vertrouwensbeginsel.