ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6452
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Mink
- Van Kempen
- Van de Poll
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en draagplicht belastingschulden na echtscheiding
In deze zaak staat het hoger beroep van de vrouw centraal tegen de beschikking over partneralimentatie en de verdeling van belastingschulden uit de ontbonden huwelijksgemeenschap. De vrouw verzocht aanvankelijk een hogere partneralimentatie dan de rechtbank had vastgesteld en wilde afzien van een betaling aan de man.
Het hof overweegt dat het inkomen van de man, inclusief werkloosheidsuitkering en eigen onderneming, als uitgangspunt dient voor de draagkracht. Ondanks het door de vrouw aangevoerde bewijsaanbod dat de man zijn inkomensverlies zelf zou hebben veroorzaakt, acht het hof dit niet relevant omdat het inkomensverlies niet voor herstel vatbaar is en de omstandigheden dit rechtvaardigen.
De woonlasten van de man worden als onredelijk hoog beoordeeld, waarop een korting wordt toegepast. Het hof komt tot een partneralimentatie van €841 bruto per maand, die de man aan de vrouw moet betalen vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Ten aanzien van de aanslagen inkomstenbelasting 2006 en 2007 bevestigt het hof de beslissing van de rechtbank dat deze aanslagen ieder voor de helft door partijen moeten worden gedragen, ondanks het verschil in inkomen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man moet vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking €841 bruto partneralimentatie per maand betalen aan de vrouw; de verdeling van belastingschulden wordt bekrachtigd.