ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6504
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- S.K. Welbedacht
- N. Schaar
- P.J. Wurzer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen minderjarige
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin verdachte was veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarige. De tenlastelegging betrof meerdere seksuele handelingen gepleegd in de periode van november 2006 tot december 2007 met een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar.
In hoger beroep heeft de verdediging aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, maar dit verweer werd verworpen. Het hof oordeelde dat deze vormverzuimen niet zodanig ernstig waren dat het recht op een eerlijke procesorde was geschonden.
Het hof stelde vast dat het bewijs voornamelijk bestond uit de aangifte van de benadeelde partij en de ontkennende verklaring van de verdachte, zonder substantieel steunbewijs. De verklaringen van de benadeelde partij vertoonden inconsistenties en onwaarschijnlijkheden, waardoor het hof onvoldoende overtuiging had dat het ten laste gelegde bewezen was. Daarom sprak het hof de verdachte vrij.
De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend, maar aangezien de verdachte werd vrijgesproken, verklaarde het hof deze vordering niet-ontvankelijk. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd omdat de verdachte geen kosten had gemaakt voor de verdediging tegen de schadevordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarige.