ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6796
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens onjuiste betekening in strafzaak
In hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte aangevoerd dat de inleidende dagvaarding niet op juiste wijze is betekend, omdat deze niet persoonlijk aan de verdachte is uitgereikt. De akte van uitreiking vermeldde onterecht dat de dagvaarding persoonlijk was uitgereikt en bevatte een handtekening die niet overeenkwam met die van de verdachte.
Het hof heeft vastgesteld dat de betekening niet voldeed aan de vereisten van artikel 588 Sv Pro, mede omdat de verdachte niet bij de eerste aanleg ter terechtzitting is verschenen. Gezien het belang van een correcte betekening heeft het hof de dagvaarding nietig verklaard.
De zaak is terugverwezen naar de rechtbank Den Haag om met inachtneming van dit arrest opnieuw recht te doen over het ten laste gelegde. Hiermee wordt de procedure heropend met een juiste betekening van de dagvaarding.
Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens onjuiste betekening en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank.