ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6796

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
22-004880-12
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding wegens onjuiste betekening in strafzaak

In hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte aangevoerd dat de inleidende dagvaarding niet op juiste wijze is betekend, omdat deze niet persoonlijk aan de verdachte is uitgereikt. De akte van uitreiking vermeldde onterecht dat de dagvaarding persoonlijk was uitgereikt en bevatte een handtekening die niet overeenkwam met die van de verdachte.

Het hof heeft vastgesteld dat de betekening niet voldeed aan de vereisten van artikel 588 Sv Pro, mede omdat de verdachte niet bij de eerste aanleg ter terechtzitting is verschenen. Gezien het belang van een correcte betekening heeft het hof de dagvaarding nietig verklaard.

De zaak is terugverwezen naar de rechtbank Den Haag om met inachtneming van dit arrest opnieuw recht te doen over het ten laste gelegde. Hiermee wordt de procedure heropend met een juiste betekening van de dagvaarding.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens onjuiste betekening en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank.

Uitspraak

Aantekening mondeling arrest
Gerechtshof Den Haag
Rolnummer: 22-004880-12
Parketnummer: 09-090157-12
TEGENSPRAAK
Uitspraak van de enkelvoudige strafkamer van 12 maart 2013 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [ ],
voornamen: [ ],
geboren op [ ] te [ ],
wonende te [ ].
Geldigheid inleidende dagvaarding
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw namens de verdachte het verweer gevoerd dat de betekening van de inleidende dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter te Den Haag van 12 september 2012 niet op juiste wijze heeft plaats gevonden omdat die dagvaarding niet aan de verdachte in persoon is uitgereikt maar aan een ander, terwijl op die akte is ingevuld dat de dagvaarding in persoon is uitgereikt. De raadsvrouw heeft daarbij opgemerkt dat de handtekening die op de akte van uitreiking is geplaatst niet van de verdachte is.
Het hof stelt vast dat op akte van uitreiking is ingevuld dat de dagvaarding aan de verdachte in persoon is uitgereikt en dat een handtekening is geplaatst die niet lijkt op de handtekening van de verdachte op een ander schriftelijk stuk in het dossier, namelijk het zogenaamde "Antwoordformulier CJIB". Er is bovendien ondertekend met de naam "[ ]". Nu de verdachte zich op het standpunt stelt dat niet hij maar een ander de dagvaarding in ontvangst heeft genomen, is de akte van uitreiking kennelijk onjuist ingevuld.
Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat de betekening van de inleidende dagvaarding niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de voorschriften van
artikel 588 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Gelet op het belang van een juiste betekening is het hof van
oordeel dat de inleidende dagvaarding - mede in aanmerking genomen dat de verdachte niet ter
terechtzitting in eerste aanleg is verschenen - nietig dient te worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig.
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag ter zake van het ten laste gelegde, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door mr. A.L.J. van Strien, in bijzijn van griffier mr. K. Kiela.