ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6916
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Lückers
- Husson
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late betaling griffierecht
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin een verhaalsbedrag was vastgesteld wegens verleende bijstand aan zijn minderjarige kind. Het hof stelde vast dat het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na indiening van het beroepschrift was betaald. De man voerde aan dat zijn advocaat de nota niet had ontvangen en daarom niet wist hoeveel te betalen.
Het hof overwoog dat de wettelijke regeling in de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) bepaalt dat betaling uiterlijk vier weken na indiening moet plaatsvinden, ongeacht ontvangst van een nota. De advocaat had bovendien een herinnering ontvangen en had zelf het griffierecht kunnen opzoeken en betalen. Het niet tijdig betalen is daarom voor rekening en risico van de man.
De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat geen onbillijkheid van overwegende aard was vastgesteld. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk, waarmee het beroep werd afgewezen op procedurele gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.