ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6921
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Lückers
- Husson
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in ouderlijk gezag zaak
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van 19 juli 2012 van de rechtbank Rotterdam, waarin zijn verzoek tot herstel van gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn dochter was afgewezen. Hij voerde onder meer aan dat de rechtbank in 2003 onjuiste gegevens had gebruikt en dat Estlands recht van toepassing was op het juridisch ouderschap.
Het hof stelde vast dat de dochter op haar achttiende verjaardag in 2012 meerderjarig was geworden, waardoor het ouderlijk gezag van rechtswege eindigde en het hof geen beslissing meer kon nemen over het gezag. Tevens overwoog het hof dat de man in 2003 al een verweerschrift had ingediend en dat de beroepstermijn van drie maanden na de beschikking van 8 mei 2003 was verstreken.
De man had zijn hoger beroep pas in 2012 ingesteld, ruim na het verstrijken van de beroepstermijn. Het hof oordeelde dat dit een legitieme beperking van het recht op toegang tot de rechter is, ter bevordering van rechtszekerheid. Ook werd geoordeeld dat er geen schending was van de artikelen 6 en 13 EVRM.
Daarom verklaarde het hof de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en wees het beroep af.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn en wijst het beroep af.