ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7070
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Mink
- Kamminga
- Otter
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging kinderalimentatie beschikking na niet-tijdig overleggen financiële gegevens vader
In deze zaak staat de vaststelling van de kinderalimentatie centraal die de vader aan de moeder moet betalen voor twee minderjarige kinderen geboren in 2002. De vader voerde in eerste aanleg geen verweer en overhandigde in hoger beroep alsnog een draagkrachtberekening, maar zonder voldoende onderbouwing en zonder tijdig overleg van zijn financiële gegevens.
De moeder betwistte de opgevoerde lasten en stelde dat de vader over meerdere inkomens en vermogen beschikt, waaronder buitenlandse bankrekeningen. Zij benadrukte dat de vader de eerder vastgestelde voorlopige alimentatie niet heeft voldaan. Het hof oordeelde dat de vader niet alsnog de aangifte inkomstenbelasting 2010 mocht overleggen, mede omdat hij onvoldoende bewijs leverde dat zijn vermogen was verdwenen.
Het hof concludeerde dat de rechtbank op juiste gronden het alimentatiebedrag had vastgesteld en dat er geen nieuwe feiten waren om hiervan af te wijken. Daarom werd de beschikking bekrachtigd, met de aanpassing dat het totaalbedrag van €772 per maand gesplitst werd in €386 per kind per maand, om toekomstige complicaties te voorkomen.
Uitkomst: De beschikking tot betaling van kinderalimentatie van €772 per maand wordt bekrachtigd en gesplitst over twee kinderen.