ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7125
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging retentierecht bij reparatieopdracht en betalingsgeschil over motorreparatie bedrijfswagen
THT kocht een tweedehands motor en liet deze door [geïntimeerde] inbouwen in haar bedrijfswagen. Na defecten aan de motor bracht THT de auto ter reparatie bij [geïntimeerde]. [geïntimeerde] voerde reparaties uit en stuurde een nota, die THT niet betaalde. Bij een tweede defect in 2011 weigerde [geïntimeerde] verdere reparatie zolang de nota onbetaald bleef en hield de auto onder zich met een beroep op retentierecht.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van THT af en kende de reconventionele vordering van [geïntimeerde] tot betaling van de nota toe. THT ging in hoger beroep met vier grieven, waaronder de vraag wie de reparatieopdracht gaf.
Het hof oordeelde dat THT de opdracht gaf en niet de garantiegever [X]. Het retentierecht van [geïntimeerde] werd bevestigd omdat de nota onbetaald bleef en er geen sprake was van schuldeisersverzuim. Klachten over de hoogte van de nota en het vermeende schuldeisersverzuim werden verworpen.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis, veroordeelde THT in de proceskosten en verklaarde de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van THT af, bevestigt het retentierecht van [geïntimeerde] en veroordeelt THT in de proceskosten.