ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7373
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- B. van Walderveen
- T.A. Gladpootjes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijdrage-inkomen Zorgverzekeringswet bij pensioen en AOV-uitkering uit het buitenland
Belanghebbende ontving in 2008 een pensioen van het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen en een AOV-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank van Curaçao. De Inspecteur legde een voorlopige aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet op, waarbij beide inkomsten werden meegerekend als bijdrage-inkomen. Belanghebbende betwistte dit en voerde onder meer aan dat deze inkomsten niet tot het bijdrage-inkomen behoren en dat sprake is van schending van gelijkheids-, vertrouwens-, rechtszekerheids- en zorgvuldigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het pensioen en de AOV-uitkering terecht tot het bijdrage-inkomen zijn gerekend en wees de beroepen af, hoewel zij de heffingsrente beperkte wegens late vaststelling van verzekeringsplicht. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het oordeelde dat het pensioen geen uitkering uit sociale zekerheidswetgeving is en daarom niet is uitgesloten van het bijdrage-inkomen. De AOV-uitkering is wel een sociale zekerheidsuitkering, maar er is geen bewijs dat hierover premieheffing voor ziektekosten op Curaçao plaatsvindt. Het beroep op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting faalt. Ook de beroepen op gelijkheids-, vertrouwens-, rechtszekerheids- en zorgvuldigheidsbeginsel worden verworpen omdat geen ongelijke gevallen of toezeggingen zijn vastgesteld en de Inspecteur tijdig de heffingsrente beperkte.
De voorlopige aanslag is binnen de wettelijke termijnen opgelegd en de Inspecteur heeft geen discretionaire bevoegdheid om de aanslag te matigen wegens onbillijkheid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat het APNA-pensioen en de AOV-uitkering terecht tot het bijdrage-inkomen voor de Zorgverzekeringswet worden gerekend en verklaart het hoger beroep ongegrond.