ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7826
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige ondanks bezwaren moeder
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter waarin haar minderjarige kind onder toezicht is gesteld en uit huis geplaatst is in pleegzorg. De moeder betwist de rechtmatigheid van deze maatregelen en stelt dat zij voldoende zorg kan bieden en dat hulpverlening in de thuissituatie niet heeft gefaald. Tevens voert zij aan dat het door haar aangevraagde onderzoek onafhankelijker is dan het door de raad voorgestelde onderzoek.
Het hof overweegt dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aanwezig zijn, mede vanwege ernstige bedreiging van de zedelijke en geestelijke belangen en gezondheid van de minderjarige. De moeder heeft onvoldoende inzicht getoond en werkt ambivalent mee aan het door de kinderrechter gelast onderzoek. Het eigen onderzoek van de moeder wordt niet als voldoende onafhankelijk beschouwd.
De uithuisplaatsing is noodzakelijk zolang het onderzoek niet heeft uitgewezen dat thuisplaatsing verantwoord is. De inbreuk op het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro wordt gerechtvaardigd geacht door de bescherming van het belang van de minderjarige. Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep van de moeder af.