ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ8226
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Labohm
- Stollenwerck
- Mollema-de Jong
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake gebruik woning zonder recht of titel na beëindiging relatie
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit twee kinderen zijn geboren. Na beëindiging van de relatie in 1999 bleef de vrouw met de kinderen in de woning van de man wonen met diens toestemming. De man trok in 2011 deze toestemming in en vorderde ontruiming in kort geding.
De vrouw stelde dat zij rechtmatig in de woning verbleef en dat er afspraken waren gemaakt over kinderalimentatie en woonlasten. Het hof oordeelde dat het niet relevant was of er een huurovereenkomst bestond, maar dat het langdurige gebruik met toestemming vaststond.
Het hof concludeerde dat de man geen spoedeisend belang had bij ontruiming en dat de vrouw en kinderen een redelijk belang hadden om niet op straat te worden gezet. De vorderingen van de man werden afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vordering tot ontruiming af wegens gebrek aan spoedeisend belang.