ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9215
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs bij hennepaanwezigheid in woning
In hoger beroep is verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde opzettelijk aanwezig hebben van meer dan 30 gram hennep in zijn woning te 's-Gravenhage. De raadsvrouw voerde aan dat het binnentreden van de politie onrechtmatig was, omdat een geldige machtiging ontbrak en de politie zonder toestemming de woning en een afgesloten kamer betrad.
Het hof oordeelde dat de politie wel bevoegd was de woning binnen te treden op grond van een machtiging die geverbaliseerd was, en dat er een redelijk vermoeden bestond dat een overtreding van de Opiumwet werd gepleegd. Echter, het openbreken van een met een hangslot afgesloten deur met een betonschaar werd als een onrechtmatige doorzoeking aangemerkt, omdat artikel 9 van Pro de Opiumwet die bevoegdheid niet verleent.
Dit vormverzuim werd als ernstig beoordeeld vanwege het bewust handelen van een politieambtenaar en de inbreuk op het huisrecht en privéleven van de verdachte. Het bewijs dat binnen deze kamer werd gevonden, namelijk de hennep, werd daarom uitgesloten. Omdat er geen ander wettig en overtuigend bewijs was, sprak het hof de verdachte vrij. Verzoeken tot het horen van getuigen werden voorwaardelijk afgewezen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onrechtmatig verkregen bewijs door het onrechtmatig openbreken van een afgesloten deur in zijn woning.