ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9224
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- L.F. Gerretsen-Visser
- D. Jalink
- C.M.P. Flint-van Noort
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep: niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens tijdige intrekking klacht belaging
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het wederrechtelijk en stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde partij door middel van het sturen van e-mails, sms-berichten en het zich ophouden in haar omgeving gedurende de periode van 1 april 2009 tot en met 2 september 2010.
De zaak betrof twee delictperiodes: 1 april 2009 tot en met 31 oktober 2009 en 1 november 2009 tot en met 2 september 2010. Het hoger beroep was beperkt tot de eerste periode. In eerste aanleg was de verdachte veroordeeld tot een taakstraf en voorwaardelijke hechtenis voor de eerste periode, en vrijgesproken voor de tweede.
Het hof oordeelde dat de benadeelde partij haar klacht over de eerste periode tijdig had ingetrokken binnen de termijn van acht dagen zoals voorgeschreven in artikel 67 Sv Pro. Hierdoor verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte voor die periode. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Het vonnis waarvan beroep werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. De uitspraak werd gedaan op 27 februari 2013 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens tijdige intrekking van de klacht.