ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9587
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van den Wildenberg
- Jansen
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
In deze zaak staat de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De minderjarige is sinds haar geboorte uit huis geplaatst en verblijft al ruim tweeënhalf jaar bij pleegouders waar zij veilig gehecht is. De moeder is tegen deze verlenging in hoger beroep gegaan en verzoekt beëindiging van de maatregelen.
Het hof neemt de feiten over zoals vastgesteld door de rechtbank en overweegt dat een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing alleen kunnen worden verlengd indien de belangen van de minderjarige dat vereisen. Uit het rapport van het Ambulatorium blijkt dat terugplaatsing mogelijk is onder voorwaarden, waaronder intensivering van het contact en verbetering van de hulpverleningsrelatie. Deze voorwaarden zijn echter niet gerealiseerd.
De moeder toont betrokkenheid maar slaagt er niet in de hulpverlening positief te benaderen en de samenwerking verloopt moeizaam. De minderjarige voelt zich onveilig bij de moeder. Het hof oordeelt dat het belang van de minderjarige bij continuïteit en stabiliteit in de pleegzorg zwaarder weegt. Daarom wordt de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bekrachtigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd tot 10 september 2013.