ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9621
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Van Dijk
- Willems
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezags- en zorgregeling minderjarigen na scheiding ouders
In deze zaak staat het gezamenlijk ouderlijk gezag en de zorgregeling over twee minderjarige kinderen centraal. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin het gezamenlijk gezag werd toegewezen en een zorgregeling werd vastgesteld waarbij de vader de kinderen meerdere keren per maand op zijn roostervrije dagen bij zich mag hebben.
Het hof overweegt dat gezamenlijk gezag alleen kan worden uitgeoefend indien ouders in staat zijn beslissingen te nemen zonder de kinderen te belasten of hun veiligheid in gevaar te brengen. Ondanks moeizame communicatie tussen de ouders is geen sprake van belemmering in het gezag en kunnen zij afspraken maken over de zorgregeling. De moeder betoogt dat de zorgregeling te intensief is en onrust veroorzaakt, maar zij onderbouwt dit onvoldoende.
Het hof stelt vast dat de vader de kinderen goed verzorgt en dat de wisseling tussen huizen onrust kan veroorzaken, maar dit is inherent aan de situatie na scheiding. Het hof wijzigt de zorgregeling door vaste tijdstippen voor de overdracht van de kinderen te bepalen, waarbij de vader verantwoordelijk is voor het halen en brengen. De bestreden beschikking wordt op dit punt vernietigd en opnieuw vastgesteld. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag en wijzigt de zorgregeling door vaste overdrachtstijden vast te stellen waarbij de vader verantwoordelijk is voor halen en brengen.