ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9944
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Mink
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreiging ontwikkeling
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen een beschikking tot ondertoezichtstelling van een minderjarige. De moeder en vader betwistten de noodzaak van de maatregel, stellende dat de opvoedsituatie adequaat is en dat de bedreiging voor de ontwikkeling van het kind niet ernstig is.
De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg voerden aan dat er ernstige zorgen zijn over de opvoedingssituatie, met name vanwege de symbiotische relatie tussen moeder en kind, het gebrek aan ruimte voor het kind om zich te ontwikkelen, en de moeizame samenwerking met hulpverleners. De vader speelt een ondersteunende rol, maar de ouders zijn onvoldoende op één lijn.
Het hof concludeerde dat ondanks enkele positieve ontwikkelingen, zoals het weer naar school gaan van de minderjarige en de betrokkenheid van de vader, de bedreiging voor de geestelijke en zedelijke belangen van het kind nog niet is opgeheven. De moeder verleent onvoldoende toegang aan hulpverleners en informatie aan Jeugdzorg. Daarom is de ondertoezichtstelling terecht en noodzakelijk, maar de duur wordt beperkt tot 1 juli 2013 om ruimte te bieden voor verbetering en het opstellen van een plan met betrokkenen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bekrachtigd en beperkt tot 1 juli 2013.