ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9954
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente en aannemer voor schade door rioleringswerkzaamheden aan monumentale woning
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid centraal van de gemeente Gouda en aannemer Janssen de Jong Infra B.V. voor schade aan de fundering van een monumentale woning en koetshuis uit 1913, veroorzaakt door grondwaterverlaging tijdens rioleringswerkzaamheden. De woningseigenaren, appellanten, vorderen schadevergoeding wegens funderingsschade en bijkomende kosten.
De gemeente had voorafgaand aan de werkzaamheden een geotechnisch rapport van Wareco, waarin de kwetsbaarheid van de houten funderingen voor grondwaterstandverlaging werd beschreven. Het hof oordeelt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door in het bestek niet te waarschuwen voor deze risico’s, ondanks de geringe inspanning die dit had gekost. Janssen de Jong had als professionele aannemer nader onderzoek moeten doen voordat zij overging tot bronbemaling, maar heeft dit nagelaten, waardoor zij ook onzorgvuldig heeft gehandeld.
Er is een causaal verband vastgesteld tussen de langdurige grondwaterverlaging door de bronbemaling en de funderingsschade. De rechtbank had Janssen de Jong reeds veroordeeld tot schadevergoeding, maar de gemeente werd vrijgepleit. Het hof herroept dit oordeel ten aanzien van de gemeente. De omvang van de schade en de noodzaak tot funderingsherstel worden erkend, maar de precieze omvang van de vergoeding en de toerekening van voordelen worden aangehouden voor een comparitie. Tevens wordt een comparitie gelast om diverse geschilpunten nader te bespreken.
Uitkomst: Gemeente en aannemer zijn onrechtmatig en aansprakelijk voor funderingsschade door grondwaterverlaging; verdere behandeling volgt na comparitie.