ECLI:NL:GHDHA:2013:CA0474
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van den Wildenberg
- Jansen
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige wegens belang en belemmering contact door moeder
In deze zaak staat de uitoefening van het gezamenlijk gezag over een minderjarige centraal, waarbij het geschil gaat over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking die de hoofdverblijfplaats bij haar bepaalde, terwijl de vader incidenteel hoger beroep instelde met het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en eenhoofdig gezag.
Het hof oordeelt dat het verzoek tot eenhoofdig gezag niet ontvankelijk is omdat dit voor het eerst in hoger beroep wordt gedaan. De moeder voert aan dat een rustige opbouw van contact noodzakelijk is vanwege de ADHD van de minderjarige en dat de vader onvoldoende zorg draagt. De vader stelt dat de moeder het contact belemmert en dat de situatie bij de moeder zorgelijk is, met onder meer gedragsproblemen bij het kind, schoolproblemen en belemmering van hulpverlening.
Het hof concludeert dat het in het belang van de minderjarige is om de hoofdverblijfplaats bij de vader te plaatsen, omdat de moeder het contact met de vader belemmert en dit de ontwikkeling van het kind schaadt. De vader kan een stabielere omgeving bieden en het kind verlangt naar contact met hem. De zorgregeling wordt aangepast en de beschikking wordt met onmiddellijke ingang ten uitvoer gelegd.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt met onmiddellijke ingang bij de vader vastgesteld.