ECLI:NL:GHDHA:2013:CA0537
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep uitlevering aan VS met onderzoeksplicht foltering en EMDR-behandeling
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van [X] tegen het vonnis van de voorzieningenrechter dat de uitlevering aan de Verenigde Staten toestond. [X] betoogt dat uitlevering verboden moet worden wegens een reëel risico op foltering door of met medeweten van de VS, en dat de Staat onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar deze betrokkenheid.
Het hof bevestigt dat vaststaat dat [X] in Pakistan door de Pakistaanse geheime dienst ISI is gefolterd, maar dat uitlevering slechts verboden is als functionarissen van de VS zelf hebben gefolterd of dit hebben uitgelokt of bewerkstelligd. De door [X] aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om dit aan te tonen. Wel oordeelt het hof dat de Staat onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of de VS voorafgaand aan de aanhouding van [X] aan Pakistan heeft gevraagd hem aan te houden, terwijl er aanwijzingen zijn dat dit het geval kan zijn.
Daarom gelast het hof een aanvullend onderzoek door de Staat en houdt het de zaak aan tot de uitkomst daarvan bekend is. De uitlevering is voorlopig niet verboden, maar het hof verwacht dat de Staat niet zal overgaan tot uitlevering voordat het onderzoek is afgerond. Ook zijn eerdere bezwaren over de voortzetting van de EMDR-behandeling en detentieomstandigheden in de VS door garanties van de VS afgedaan.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing van uitleveringsverzoeken in het licht van het verbod op foltering en de onderzoeksplicht van de aangezochte staat, mede gelet op internationale mensenrechtennormen.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en gelast nader onderzoek naar de betrokkenheid van de VS bij foltering voorafgaand aan uitlevering.