ECLI:NL:GHDHA:2013:CA0716
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M. Mink
- J. Van Leuven
- R. Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming verhuizing minderjarige en hoofdverblijfplaats bij moeder
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter waarin haar verzoek tot toestemming voor verhuizing van de minderjarige naar een andere plaats werd afgewezen. De moeder wilde verhuizen vanwege haar werk, woon- en werkomstandigheden van haar nieuwe partner en een kinderwens. De vader betwistte dat hij onvoorwaardelijk toestemming had gegeven en stelde dat de verhuizing het contact met hem zou verminderen.
Het hof oordeelde dat de vader niet ondubbelzinnig toestemming had gegeven en dat de huidige situatie, waarbij de minderjarige tussen meerdere woonplaatsen moet laveren, onhoudbaar is en niet in het belang van het kind. Het belang van de minderjarige bij stabiliteit en rust werd zwaarwegend geacht.
Daarom verleende het hof de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige te verhuizen en bepaalde het de hoofdverblijfplaats bij de moeder. De contactregeling werd aangepast zodat de minderjarige eenmaal per veertien dagen bij de vader verblijft, met een redelijke regeling voor halen en brengen en vakantieverdeling. De vader's verzoek om hoofdverblijf bij hem te bepalen werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof verleent vervangende toestemming aan de moeder om met de minderjarige te verhuizen en bepaalt het hoofdverblijf bij de moeder met een aangepaste omgangsregeling voor de vader.