ECLI:NL:GHDHA:2013:CA0720
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- Van Dijk
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: behoefte vrouw en draagkracht man vastgesteld zonder limitering
In deze zaak staat de partneralimentatie centraal na de echtscheiding tussen partijen. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin hij aan de vrouw een maandelijkse uitkering tot levensonderhoud van €774 moest betalen. Het hof heeft de behoefte van de vrouw vastgesteld op €1.572 netto per maand, rekening houdend met haar huur en overige kosten, en haar huidige inkomen van ongeveer €700 netto per maand. De vrouw heeft voldoende aangetoond dat zij ondanks inspanningen niet in haar volledige eigen levensonderhoud kan voorzien.
De draagkracht van de man is berekend op basis van zijn bruto jaarinkomen van €86.149, waarbij rekening is gehouden met fiscale aftrek van hypotheekrente, woonlasten, verzekeringen, kinderalimentatie en andere relevante lasten. Het hof acht een partneralimentatie van €425 per maand passend en redelijk. Een verzoek van de man om de alimentatieduur te limiteren tot drie jaar is afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en de omstandigheden van de vrouw.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze betrekking heeft op de alimentatie en bepaalt de nieuwe alimentatiebedragen met ingang van 14 november 2012. Tevens wordt bepaald dat de vrouw eventuele teveel ontvangen alimentatie niet hoeft terug te betalen. Het verzoek van de man tot exclusief gebruiksrecht van de woning is ingetrokken en behoeft geen beslissing. Veroordeling in proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 14 november 2012 maandelijks €425 partneralimentatie betalen aan de vrouw, zonder beperking van de duur.