ECLI:NL:GHDHA:2013:CA0817
Gerechtshof Den Haag
- Wraking
- J.W. van Rijkom
- R.M. Bouritius
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in civiele zaak
In de civiele procedure tussen verzoekers en verweerders vond op 10 december 2012 een mondelinge behandeling plaats, waarna op 15 januari 2013 een eindbeschikking werd gegeven door het hof. Verzoekers dienden op 21 januari 2013 een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren die bij de behandeling betrokken waren. Dit verzoek werd aanvankelijk zonder advocaat ingediend, maar later alsnog door een advocaat namens verzoekers ingediend.
De raadsheren van wie wraking werd verzocht, berustten niet in het verzoek en gaven hun standpunt schriftelijk weer. Tijdens de zitting van 6 maart 2013 verscheen verzoekers met hun advocaat, terwijl verweerders en de betrokken raadsheren niet verschenen. Het hof oordeelde dat wraking na een einduitspraak niet mogelijk is volgens de wet en verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk.
Het hof overwoog dat het tijdstip van binnenkomst van het verzoek vóór de aangekondigde uitspraakdatum niet relevant was, omdat de beschikking feitelijk al op 15 januari 2013 was gegeven en verzoekers pas daarna kennis namen van de inhoud. Het verzoek was uitsluitend gebaseerd op gronden ontleend aan de einduitspraak, waardoor het niet ontvankelijk moest worden verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.