ECLI:NL:GHDHA:2013:CA0872
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H. Husson
- J. Lückers
- J. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen voorlopige voorziening in echtscheidingsprocedure
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank die voorlopige voorzieningen had getroffen in een nog niet aanhangige echtscheidingsprocedure. De voorzieningen betroffen onder meer het gebruik van de echtelijke woning, de zorg voor de minderjarige zoon en alimentatieverplichtingen.
De man stelde dat het appelverbod doorbroken moest worden omdat de rechtbank ten onrechte rekening had gehouden met een bijdrage van de vrouw voor hun meerderjarige dochter, terwijl artikel 1:395a BW volgens hem niet van toepassing was. De vrouw betwistte dit en stelde dat de rechtbank terecht de draagkracht van de vrouw had bepaald met inachtneming van de lasten voor de studiekosten van de dochter.
Het hof oordeelde dat de rechtbank artikel 1:395a BW niet had toegepast en dat de man zijn beroep baseerde op een onjuiste rechtsopvatting. Er waren geen gronden om het appelverbod te doorbreken. Daarom verklaarde het hof de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en veroordeelde hem in de proceskosten van de vrouw.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk wegens appelverbod en veroordeelt hem in de proceskosten van de vrouw.